Het vaststellen van een passend tarief voor een externe professional is vaak een lastige beslissing die een organisatie moet nemen. In de zoektocht naar een marktconform uurtarief wordt vaak gegrepen naar een benchmark. Dit is logisch, want een benchmark kan een nuttig hulpmiddel zijn om grip te krijgen op de kosten en ervoor te zorgen dat er een eerlijke prijs betaalt wordt. Echter, blindelings vertrouwen op een gemiddeld tarief kan leiden tot inefficiëntie en het mislopen van de beste talenten. Er is een duidelijke zin en onzin verbonden aan het benchmarken van inhuurtarieven.
Wat bedoelen we met ‘benchmark’?
Een benchmark is een referentiepunt: het typische tarief voor een rol/profiel in een periode en regio, afgeleid uit meerdere bronnen (publicaties, platforms, interne data). In Nederland verschijnen met regelmaat tarief- en marktupdates, zoals de Talent Monitor van Intelligence Group & HeadFirst, branche- of platformspecifieke tools (bijv. Planet Interim’s tariefbenchmark) en sectorbenchmarks in bijvoorbeeld de zorg (Intrakoop PNIL-benchmark).
Ook overheidspublicaties leggen referenties vast; denk aan ‘marktconform’-toetsen of handleidingen met uurtarief indicaties per schaal/functie
Wanneer heeft benchmarken zin?
Benchmarking is bij uitstek geschikt als startpunt. Het biedt organisaties inzicht in wat er in de markt gangbaar is. Het geeft richting met data, maar je moet context toevoegen zoals aantrekkelijkheid van de opdrachtgever, locatie, contractuele vorm, gewenste senioriteit en projectcomplexiteit en duur.
Benchmarks helpen snel inschattingen maken, vooral handig bij bijvoorbeeld businesscases of besluiten over jaarlijkse indexaties.
Daarnaast kan benchmarken helpen bij compliance van inhuurbeleid. Onder de Waadi-wetgeving geldt voor ingeleend personeel het principe van equal pay: zij hebben recht op ten minste dezelfde basis arbeidsvoorwaarden (inclusief beloning) als werknemers in vergelijkbare functies bij de inlener. Door actuele benchmarks te gebruiken en af te zetten de eigen CAO, kun je aantonen dat de gehanteerde inhuurtarieven aansluiten waarmee je risico’s op claims of sancties voorkomt. De nieuwe ABU/NBBU CAO reguleert dit nog meer door per 1 januari uit te gaan van ‘gelijkwaardige’ beloning.
Wanneer leidt benchmarken tot misleiding?
Hier begint het ‘onzin’-gedeelte. Een benchmark is een gemiddelde, en een gemiddelde vertelt nooit het hele verhaal. Het blindelings volgen van een benchmark leidt tot inefficiëntie omdat het geen rekening houdt met cruciale, contextuele factoren. Onderstaand een aantal aspecten die de ware waarde van een professional bepalen, en die in een benchmark vaak worden vergeten:
- Aantrekkelijkheid van de opdracht en het bedrijf: Een innovatief bedrijf met een aansprekend project en een fijne werksfeer kan een lager tarief vragen dan een minder aantrekkelijke opdrachtgever.
- Locatie: De locatie van het werk is van belang. In de Randstad liggen de tarieven over het algemeen hoger dan in een landelijke omgeving.
- De specifieke kennis en ervaring van de professional: Een benchmark meet geen zeldzame vaardigheden, specialistische kennis of de unieke ervaring die een professional juist wel of niet meebrengt. Dit zijn elementen die een hoger of lager tarief rechtvaardigen.
- De duur en inhoud van de opdracht: De aard van de werkzaamheden, de complexiteit en de lengte van de opdracht spelen allemaal een rol. Lange, stabiele projecten kunnen leiden tot een lager tarief per uur, terwijl korte, complexe projecten een hogere vergoeding vragen.
Conclusie: gebruik benchmarken als kompas, niet als kooi.
Benchmarken van inhuurtarieven is een waardevol instrument om een eerste indruk te krijgen van de markt, maar het mag nooit het enige uitgangspunt zijn. Gebruik een benchmark om een solide basis en koers te creëren, maar vergeet niet om de unieke context van de opdracht en de professional mee te wegen. Kijk naar de aantrekkelijkheid van uw bedrijf, de locatie van het werk en, bovenal, de specifieke kennis en ervaring die de professional meebrengt. Een slimme inhuurstrategie is er een die verder kijkt dan alleen het cijfer en zich richt op het creëren van de beste match tussen opdracht en professional, op de lange termijn


